Stichting Openluchttheater Lochem (STOL)
© 2007-2010 STOL /HB
Programma 2012:
Wij werken aan het programma voor het seizoen 2012
wijzigingen voorbehouden

Lees over de roemruchte geschiedenis van het openluchttheater van Lochem. Dit is het verhaal van het begin tot het einde van de jaren '80. Aan de beschrijving van de meer recente geschiedenis - waaronder de periode van STOL - wordt nog gewerkt...
Terug in de tijd...
Een speelplaats...
Het openluchttheater werd geopend in 1938, maar de geschiedenis van de naam De Zandkuil gaat verder terug.
Op de plek van het huidige theater werd vroeger zand gewonnen uit een flank van de Paasberg. In het eerste decennium van de vorige eeuw werd de zandwinning verboden. Sommige kinderen hadden de 'kuil' al snel ontdekt als magnifieke speelplaats. In 1908 kreeg het die status ook officieel. In de Lochemse Courant was destijds te lezen:
[Citaat]
'Herhaaldelijk wordt geklaagd over de tuchteloosheid der straatjeugd in onze groote steden. Wanneer de jeugd in voldoende mate in de gelegenheid wordt gesteld, om aan haar behoefte aan ontspanning elders dan op straat te
voldoen, dan zal het euvel der straatschenderij vanzelf minder worden, zo niet geheel verdwijnen. Daarom juichen wij het zeer toe dat ons gemeentebestuur zo'n heerlijk speelterrein heeft laten maken om en bij de zandkuil, waar het zandgraven nu verboden is, zodat de kinderen er naar
hartelust en zonder gevaar kunnen ravotten. Een aantal oude schoolbanken, op de helling tussen het hakhout geplaatst bieden den vermoeiden even gelegenheid tot rust. Er wordt van deezen openbaren speeltuin reeds druk
gebruik gemaakt.'
[Einde citaat]
Het fenomeen hangjongeren is duidelijk al ouder dan we plegen te denken.
Vanaf dat moment nam de zandkuil een belangrijke plaats in in het recreatieve leven van de Lochemers. Dat gold niet alleen voor de kinderen, want ook vele volwassenen trokken naar het paradijsje aan de bosrand. Vooral op de vrije woensdagmiddag, op zondagen en in de schoolvakanties was het er een drukte van belang. Moeders met hun kinderen en soms hele gezinnen vulden er hun dagen met spel en een picknick. Voor velen was het in die tijd bovendien de enige betaalbare vorm van vertier.
Jarenlang werd in de zandkuil ook het Lochemse paasvuur ontstoken. Maar in 1937 kwam er vooral voor de Lochemse kinderen een slecht bericht. De kuil zou niet langer speel-plaats zijn, maar worden omgetoverd in een natuurtheater. Na veel geruchten kwam het bericht in maart van dat jaar ook officieel naar buiten. De vereniging Lochem Vooruit (een voorloper van de huidige VVV) had plannen voor een open- luchttheater en de gemeenteraad keurde het plan goed. Dat leidde tot de nodige protesten maar de gemeente wist die
uiteindelijk te onderdrukken door de jeugd elders een andere speelplaats te bieden. Die lag vlakbij de zandkuil in het bos, maar zou nooit zo populair worden als de geliefde zandkuil.
Toerisme
De Vereniging Lochem Vooruit had al in 1935 gesproken over een openluchtspel in een openluchttheater. Die voorziening was er echter nog niet. Wel had Lochem sinds 1910 een schouwburg. Een zomertheater zou het toerisme kunnen bevorderen zo was de gedachte. Enkele bestuursleden van Lochem Vooruit gingen op reis om openluchttheaters in andere plaatsen te bekijken, waaronder die van Bad Bentheim, Oisterwijk en Ede.
W.H. Wessel was naast vice-voorzitter van Lochem Vooruit ook de stadsarchitect van de gemeente Lochem. Tijdens een
bestuursvergadering in december 1936 ontvouwde hij de eerste plannen voor een theater. Een paar maanden later, op 4 februari 1937, hadden de plannen al vastere vorm aan-
genomen en werden door het verenigingsbestuur goedgekeurd. Tien- tot elfduizend gulden zou de aanleg vergen, en niemand twijfelde eraan dat het geld er wel zou komen.
De werkverschaffing
Lochem telde destijds 5700 inwoners. Daarvan waren er tweehonderd werkloos in de economisch barre tijden van de jaren '30. Van dat legertje werkelozen waren er 52 opgeno- in de zogeheten 'rijkswerkverschaffing'. Zij moesten vaak ver van huis (per fiets!) om hun werkzaamheden 'tot nut van het algemeen' uit te voeren. Het gemeentebestuur zag in de aanleg van het theater een unieke kans om de 'eigen' werke-lozen een tijdlang prettig dicht bij huis aan het werk te zet-ten. Dat was voor de gemeenteraad een reden te meer om in te stemmen met de aanleg van het openluchttheater. Slechts twee leden van Christen Democratische Unie (CDU) - dat later zou opgaan in het huidige CDA - stemden tegen omdat zij naar eigen zeggen werden verrast door het voorstel. De overige zeven leden van de raad, waaronder de Commu-nistische Partij Nederland (CPN) en de sociaal-democraten van de PvdA stemden voor het voorstel.
Voor de financiering werd een obligatielening (rente 3 pro-cent) afgesloten, ter waarde van 10.000 gulden. De ge-meente stond garant voor de aflossing en rente van maxi-maal 400 gulden per jaar. Op 10 januari 1938 ging de eerste schop de grond in en ruim een maand later werd besloten dat het theater officieel "Openluchttheater De Zandkuil" zou gaan heten. De Zandkuil wordt vanaf dat moment dus met hoofdletters geschreven.
Theehuis
Nog voor de opening werd besloten het als een ruďne gebouwde theehuis in het theater het gehele seizoen open te houden. De exploitatie zou worden verpacht. Ook werden de eerste tarieven vastgesteld. Zo moesten groepen 60 gulden betalen voor het gebruik, exclusief stroom en de bediening van de electrische apparatuur in het theater.
De mannen van de werkverschaffeing klaarden de klus in minder dan zeven maanden tijd. Het werk bestond eruit het theater de huidige vorm te geven en uit het plaatsen van zitbanken. Ook werd een aarden wal opgeworpen, met een tunneltje erin. Die wal was destijds vooral bedoeld om de vorm van een amfitheater te bewerkstelligen. Bovendien was het een kwestie van akoestiek. Het geluid bleef op die wijze beter binnen het theater. Over geluidsoverlast voor de omliggende woonwijk werd niet nagedacht, omdat die wijk er simpelweg nog niet was.
Het speelveld was aanvankelijk 45 bij 30 meter. Bij het ontwerp was rekening gehouden met evenementen die de ruimte nodig hebben, zoals gymnastiekuitvoeringen, concerten en openluchtvergaderingen (landdagen).
Of de Lochemse bevolking - en vooral de kinderen - meteen al enthousiast was, is niet bekend, maar de plaatselijke krant was al voor de opening laaiend. Hierbij moet worden opgemerkt dat de uitgever van de krant tevens voorzitter van Lochem Vooruit was. De krant was destijds bovendien zeer gezagsgetrouw en zou de gemeente of de plaatselijke
notabelen zelden afvallen.
De krant schreef (en dat zeer waarschijnlijk wel zeer terecht): 'Het resultaat is een theater, waarvan gezegd is, dat het in ons land zijn weerga niet vindt.'
Modern theater
Het openluchttheater was voor die tijd dan ook uiterst modern, met electrische verlichting door het hele theater, een voetlichtinstallatie, schijnwerpers en een souffleurshok. Architect Wessel werd geprezen vanwege zijn ontwerp dat bestaande begroeing spaarde en dat waarnodig zorgvuldig
aanvulde. Overigens was het theater bij de opening vergeleken bij de huidige situatie vooral aan de kant van de wijk Tusseler nogal kaal. De natuur heeft inmiddels goed werk gedaan.
Op vrijdagavond 29 juli 1938 was het dan eindelijk zover. De Zandkuil werd geopend door burgemeester Van Luttervelt. Onder de genodigden waren naast notabelen, bestuursleden van Lochem Vooruit en de voltallige gemeenteraad ook de ar- beiders die het werk hadden uitgevoerd.
De eerste voorstelling in het theater werd gehouden op 30 en 31 juli 1938. Uitgevoerd werd Shakespear's 'Midzomernachtsdroom' door het gezelschap Speler van Stad en Land onder leiding van Antoon Verheyen. Deze
voorstellingen werden drukbezocht, maar gezien de vrij hoge toegangsprijs was een bezoek niet voor iedereen wegge-legd. Een kaartje voor de eerste rang kostte 1,50 gulden en dat was voor een arbeider een aardig vermogen. De tweede rang kostte 1,20 gulden en de derde rang 60 cent.
De 'gewone man' kon zich wel de voorstellingen en uitvoe-ringen van amateurverenigingen veroorloven. Muziek- en zangverenigingen gaven hun uitvoeringen in het open-luchttheater en ook gymnastiekvereniging Brinio maakte er door de jaren heen veelvuldig gebruik van.
In 1939 brandde het opnieuw het paasvuur in De Zandkuil. Gezien de nog beperkte begroeiing was dat toen nog vrij ongevaarlijk. Het vuur brandde en Larense kinderen dansten in boerenkostuums, ten overstaande van drieduizend bezoekers.
De oorlog
In de Tweede Wereldoorlog gingen de voorstellingen - zo goed en zo kwaad als het ging - gewoon door, hoewelhet er veel minder waren dan in de eerste jaren. En ze werden alleen overdag gehouden, in verband met de verduisterings-maatregelen. In 1942 werd het eerste openluchtspel van de beroemde Lochemse onderwijzer Meester G. Prop opgevoerd. Dat jaar, en ook de volgende oorlogsjaren, wist het theater
ondanks alles jaarlijks een winst van rond de 2500 gulden te boeken.
Van kerstmis 1944 tot enkele maanden na de bevrijding gaf Lochem Vooruit toestemming aan een dakloze om in de kleedkamer, oftwel de blokhut, te wonen. Dat kwam goed uit,
want hij kon als bewaker fungeren en zo voorkomen dat de banken en bomen uit het theater als brandhout werden ge-bruikt door noodlijdende Lochemers. De 'gast' maakte zich bovendien nuttig door onderhoud aan de afrastering te ple-gen.
Op de laatste dag van de oorlog nam de man zelfs een aantal Duitsers gevangen, om ze over te dragen aan de Canadezen. Even later kreeg hij van Lochem Vooruit overigens een koude douche, in de vorm van een rekening van 100 gulden voor 'verblijfskosten'. Of dat bedrag ooit werd betaald, is niet bekend. Later werd duidelijk dat de dakloze niemand minder was dan F.H. Streek, van het
gelijknamige cementbedrijf. Zijn woning - villa Borneo aan de Nieuwstad - was door de bezetter gevorderd, waardoor hij elders onderdak moest zoeken.
Na de oorlog ging de programmering op de oude voet verder en was Lochem tot in de jaren zestig erg blij met de voorzieningen. Toen liepen de bezoekersaantallen ineens sterk terug. De invloed van de televisie deed zich gelden.
Popfestival
Toch moest de echte glorietijd van het theater toen nog komen. Tussen 1968 en 1986 vergaarde De Zandkuil landelijke roem door het jaarlijkse popfestival. De Popmeeting zou het eerst het eerste jaarlijks terugkerende festival van Nederland worden. De eerste editie heette overigens 'A pelgrimage trip'. Die naam ademt de sfeer van het hippiedom dat heerste in die tijd.
Op Hemelvaartsdag kwamen duizenden jongeren naar Lochem om daar bekende bands te zien optreden. Daaronder een aantal hele bekende, zoals Livin' Blues, Focus,
Procal Harum, Slade, Bo Diddley, Big Country en Chuck Berry.
De initiatiefnemer voor het festival was Lochemer Joost Carlier. Het festival werd groter dan het openluchttheater kon bevatten en dat resulteerde erin dat het festival twee keer werd gehouden op een terrein bij 'De Luchte', aan de andere kant van de wijk Tusseler. Carlier wilde nog groter
groeien en liet zijn oog vallen op een terrein in Ampsen,
waar hij een megafestival wilde opzetten. Dat plan bracht hem in conflict met de toenmalige burgemeester H. Beuke.
Wat er precies tussen beiden is voorgevallen is onduidelijk, maar nog jaren later gaven ze elkaar de schuld van het verdwijnen van het festival uit Lochem.
Carlier begon in het Nijmeegse Goffertpark met grote popconcerten en stond aan de wieg van Nederlands grootste evenement: Lowlands. Lochem heeft in de wereld van grote (muziek-)evenementen nog altijd een naam hoog te houden en dat is duidelijk een erfenis van het popfestival dat in het openluchttheater begon. Het bedrijf van Joost Carlier - Loc7000 - is nog altijd in Lochem gevestigd. Even verderop zit Stageco Holland dat verantwoordelijk is voor podia van bijna alle grote publieksevenementen in den lande.
Het theater raakte na 1986 wat in de versukkeling. Weinig of geen onderhoud deden het aangezicht geen goed en activiteiten waren er ook nauwelijks.
Wordt vervolgd...
Tekst: Henri Bruntink Copyright 1998-2008
terug naar boven
Gebruikte bronnen:
Archieven: Gemeente Lochem, Lochemse Courant, Gelders-Overijsselde Courant (GOC), de Stentor/Gelders Dagblad en STOL.
'Oud Lochem opnieuw belicht', Jan Klein Egelink en Arjen Dieperink. Uitgever: Extra Lochem 1988.

Geschiedenis van
het openluchttheater
Een splinternieuw theater in 1938. Blik vanaf het Theehuis.
1908 - Nog geen theater, maar een speelparadijs voor kinderen.
STOL zoekt oud materiaal van/over het theater. Naast foto's en film valt hierbij te denken aan: geluids-fragmenten, posters, oude toegangsbewijzen en dergelijke. De spullen zullen worden gebruikt voor deze website en voor tentoonstellingen in het theater of elders.